Woudrichem

Woudrichem en haar vis 

Woudrichem en vis horen bij elkaar, getuige de dobberende zalmschouwtjes en visboer Vink, die met zijn viskraam strategisch geparkeerd staat bij de aanlegsteiger. Zeventien jaar bevoer hij de omliggende rivieren en ving er o.a. snoek, snoekbaars en paling. “Een goeie tijd.” Verlangend kijkt hij naar de wegvarende vissersboot. ,,Ja, het water blijft trekken! Er zijn hier nog twee beroepsvissers en twee semiberoeps.” De twee zalmen in het stadswapen, vertellen van de tijd, dat er meer vissers huiswaarts keerden met rijke vangst.

Kapers op de kust

In het jaar 1000 ontstaan als nederzetting,  groeide het gehucht gestadig. Het ontving in 1356 stadsrechten. Toen de graaf van Holland in datzelfde jaar de riviertolheffing verplaatste van Sliedrecht naar Woudrichem en ook ander voorrechten, zoals het visrecht, aan de stad werden verleend, ontstond er bloei. Dat bracht kapers op de kust en zowel de Arkelsen als de Geldersen overvielen de grensplaats. In 1573 koos Woudrichem de zijde van Willem van Oranje, maar zijn Geuzen oordeelden dat de stad onverdedigbaar was, dus staken ze de brand erin! Met hulp van omliggende steden werd het stadje later weer opgebouwd en voorzien van een vestinggordel.

Als vestingstad ging het deel uitmaken van de Oude en later de Nieuwe Hollandse Waterlinie.. De historische stadskern is in 1971 gerestaureerd en aangemerkt als beschermd stadsgezicht.

Visboer Vink vangt al jaren snoek, snoekbaars en paling in de Merwede.

Woudrichem en haar vis 

Woudrichem en vis horen bij elkaar, getuige de dobberende zalmschouwtjes en visboer Vink, die met zijn viskraam strategisch geparkeerd staat bij de aanlegsteiger. Zeventien jaar bevoer hij de omliggende rivieren en ving er o.a. snoek, snoekbaars en paling. “Een goeie tijd.” Verlangend kijkt hij naar de wegvarende vissersboot. ,,Ja, het water blijft trekken! Er zijn hier nog twee beroepsvissers en twee semiberoeps.” De twee zalmen in het stadswapen, vertellen van de tijd, dat er meer vissers huiswaarts keerden met rijke vangst.

Kapers op de kust

In het jaar 1000 ontstaan als nederzetting,  groeide het gehucht gestadig. Het ontving in 1356 stadsrechten. Toen de graaf van Holland in datzelfde jaar de riviertolheffing verplaatste van Sliedrecht naar Woudrichem en ook ander voorrechten, zoals het visrecht, aan de stad werden verleend, ontstond er bloei. Dat bracht kapers op de kust en zowel de Arkelsen als de Geldersen overvielen de grensplaats. In 1573 koos Woudrichem de zijde van Willem van Oranje, maar zijn Geuzen oordeelden dat de stad onverdedigbaar was, dus staken ze de brand erin! Met hulp van omliggende steden werd het stadje later weer opgebouwd en voorzien van een vestinggordel.

Als vestingstad ging het deel uitmaken van de Oude en later de Nieuwe Hollandse Waterlinie.. De historische stadskern is in 1971 gerestaureerd en aangemerkt als beschermd stadsgezicht.