Een strenge hand

Tot de moord op de gebroeders de Witt lag bij iedereen het woord ‘verrader’ op de tong. ‘De verrader’ was het verzinsel van vele duizenden mensen die zo bang waren dat ze nauwelijks meer sliepen, en zo boos waren dat ze het over niets anders meer hadden dan samenzweringen. Volgens hen moest het wel wemelen van de verraders. Het waren onterechte beschuldigingen en Willem wist het. Nooit heeft hij meegedaan aan de verdachtmakingen. Er was echter één ‘verrader’ op wie hij gebeten was, en dat was Jean Barton de Montbas.

Verraad van de Schenckenschans

Montbas, een Fransman, was commandant van de Schenckenschans, een belangrijk fort in de Rijn. Het bevond zich vlakbij Tolhuis. Montbas had eenentwintig compagnieën tot zijn beschikking, waarmee hij het de Fransen knap lastig had kunnen maken. Maar vlak voordat de Fransen bij Tolhuis de Rijn overstaken, ontruimde hij het fort en trok hij zich met al zijn troepen terug op Arnhem. Willem was woedend. De Fransen zouden deze kans nooit onbenut laten. Hij liet Montbas arresteren en stuurde troepen naar de Schenckenschans die te laat arriveerden om de Franse overtocht te beletten.

‘De verrader Momba’

Er verschenen al snel pamfletten over de ‘verrader Momba’ zoals Montbas werd genoemd. Willem wilde met hem afrekenen, liefst op een nette, dus wettige manier. Maar de krijgsraad die zich met het proces bezighield veroordeelde hem tot niet meer dan ontslag uit al zijn militaire functies. Dat was Willem te netjes. Hij weigerde het vonnis te accepteren en eiste een zwaardere straf. De krijgsraad verzwaarde het vonnis toen tot vijftien jaar cel, maar nog was Willem ontevreden. Hij vond dat alleen een bloedige bestraffing kon afrekenen met verwerpelijk gedrag. Daarom veranderde hij de samenstelling van de krijgsraad. Willems vrienden veroordeelden Montbas uiteindelijk tot de doodstraf. Overal in het leger hadden soldaten het proces gevolgd en verheugde men zich op het rollende verradershoofd. Toen de Fransman wist te ontsnappen was de teleurstelling dan ook groot.

Daarom vond toch een terechtstelling plaats, een jaar later. De straf werd alleen voltrokken op een schilderij. Voor het toegestroomde publiek klom de beul op een ladder en hing een op hout geschilderde Montbas aan de galg. Diezelfde middag bekogelden straatjongens de beeltenis net zo lang met stenen tot er alleen nog maar stukken en splinters in het slijk lagen.