Rampjaar 1672: Einde van de Gouden Eeuw?

Vrijdag 1 november 2019 werd het jaarlijks symposium van de Stichting Oude Hollandse Waterlinie gehouden in de Sint-Janskerk te Gouda. Een diverse groep van ruim 160 bezoekers bezocht Gouda. De Stichting verwelkomde leden en medewerkers van historische verenigingen, musea, waterschappen, gemeenteraden en ondernemers uit het hele liniegebied.

Voorzitter Petra van Hartskamp (VVD), burgemeester van Montfoort, opende het symposium en lichtte het thema van de middag toe: ‘Rampjaar 1672: einde van de Gouden Eeuw?’. Van Hartskamp blikte ook vooruit naar het jubileumjaar 2022 en wees daarbij op het belang van de promotie van de Oude Hollandse Waterlinie voor de recreatief-toeristische vermarkting van de regio. Dat de Oude Hollandse Waterlinie een prioriteit is van het erfgoedbeleid van de provincie Zuid-Holland werd onderstreept door Willy de Zoete (ChristenUnie-SGP), lid van het college van Gedeputeerde Staten met onder meer de portefeuille cultuur en erfgoed. Zij sprak over de waarde van een gedeeld en beleefbaar verleden voor de samenleving. Deze aandachtsgebieden werden benadrukt door de wethouder van Gouda Thierry van Vugt (D’66), tevens bestuurslid van de Stichting Oude Hollandse Waterlinie. In Gouda beheert hij onder meer de portefeuilles toerisme, erfgoed en onderwijs. Van Vugt wees op het belang van samenwerking om het jubileumjaar voluit te benutten. Gouda en Woerden trekken reeds samen op om het jubileum van de Oude Hollandse Waterlinie én dat van hun stadsrechten (respectievelijk 750 en 650 jaar) in 2022 uitbundig te vieren. Na de welkomstwoorden heeft dagvoorzitter Sjoerd Veerman het symposium ingeleid.

Tom Hage: Religie in het Rampjaar

Tom Hage, voormalig voorzitter van de Stichting Goudse Sint-Jan, schetste de invloed van religie op interpretaties van het Rampjaar 1672 door de inwoners van de Republiek. Hage illustreerde het zelfbeeld van het protestantse deel van de samenleving: de voorspoed in de Republiek wees op goddelijke steun. In deze visie was de republiek het nieuwe Israël, met Willem van Oranje in de rol van Mozes die zijn onderdrukte volk naar het beloofde land bracht. Dat de Republiek onder de voet werd gelopen door de legers van rooms-katholieke vorsten was een grote schok. Werd de Republiek gestraft? In vele Hollandse steden stelden de stedelijke overheid en kerkmeesters kerkdiensten in om de goddelijke steun te vernieuwen. Zo ook in Gouda, waar de burgemeesters op 16 juni 1672 de kerkenraad vroegen ‘in wat voegen de predicatiën & avondgebeden na dese groote ongelegentheden van tijden soude connen werden aengesteld tot afweeringe van Gods rechtvaardige oordelen ende straffen over ons lieve vaderland uitgestort & wederom te mogen erlangen zijne vaderlijcke gunst ende genade.’

Luc Panhuysen: Einde van de Gouden Eeuw?

Luc Panhuysen, historicus en auteur van Rampjaar 1672 (2009) en Oranje tegen de Zonnekoning (2016), gaf een lezing over het hoofdthema van het symposium. Betekende het Rampjaar het einde van de Gouden Eeuw? Panhuysen schetste eerst de oorsprong van de term Gouden Eeuw. De enorme groei van de Hollandse steden in de periode 1550-1650 was ongekend. Nergens was de groei zo groot als in Amsterdam, dat in een eeuw tijd maar liefst veertien keer zoveel inwoners kreeg. Dat het succes van de Republiek niet alleen economisch van aard was werd benadrukt door de grootschalige propagandacampagne van de Staten om oorlogshelden te belonen met imposante praalgraven in de kerken van het land.

Panhuysen beschreef hoe de internationale diplomatie van stadhouder Willem III uiteindelijk de doorslag gaf in het beëindigen van het Rampjaar: Willem smeedde een grote coalitie tegen Frankrijk, en koning Lodewijk XIV trok zijn troepen in 1673 terug uit de Republiek. Willems strijd met koning Lodewijk XIV zou nog decennia duren, en een cruciaal onderdeel van die strijd was de bestijging van de Engelse troon samen met zijn echtgenote Maria II. Panhuysen beschreef hoe Willem het Engelse koningschap transformeerde en het Britse potentieel ‘ontwaakte’. Als het Rampjaar het einde betekende van de Gouden Eeuw, dan was het vooral Engeland – niet Frankrijk – dat daarin, mede dankzij de hoge mate van verwevenheid via Willem III, een cruciale rol speelde. Panhuysen wees ten slotte op de onafgebroken hoge welvaart in de Republiek, die tot het einde van de achttiende eeuw voortduurde. Politiek en militair gezien kon de kleine Republiek echter niet meer meedoen met de grotere landen als Frankrijk, Rusland, Engeland en het Heilig Roomse Rijk.

Tafelgesprek met Frits de Ruyter de Wildt, Michiel van de Burgt en Arjan Segers

In een ronde met korte gesprekken sprak dagvoorzitter Sjoerd Veerman eerst met Frits de Ruyter de Wildt over de Stichting Rampjaar 1672. In 2022 en 2023 wordt op veel plaatsen in Nederland aandacht besteed aan de lokale en landelijke impact van de gebeurtenissen in 1672 en 1673. Landelijke samenwerking is van belang om de vele evenementen op elkaar af te stemmen, om kennis te delen, en om samen promotie te maken voor het jubileumjaar. Daarna sprak Veerman met Arjan Segers, die de activiteiten van zijn reisbureau Historizon toelichtte. Segers en collega’s organiseren al vele jaren reizen en dagtochten voor historisch geïnteresseerde reizigers. Onder begeleiding van deskundige gidsen worden bezoeken gebracht aan onder meer Kusami, Leiden, Glendalough en het Paleis het Loo van ‘onze’ Willem III. Segers gaf aan met belangstelling uit te kijken naar 2022, omdat het jubileumjaar veel interessante aanknopingspunten biedt. Met theatermaker Michiel van de Burgt sprak Veerman vervolgens over de digitale recreatie van de Oude Hollandse Waterlinie in Nieuwerbrug. Bij het kleine dorp aan de Rijn werd in juni 1672 het hoofdkwartier van Willem III ingericht. In de app Nieuwerbrug 1672 (beschikbaar voor Android en Apple) zijn vier locaties in het dorp en op de verdedigingswerken gereconstrueerd, en kunnen gebruikers een volledig 360-graden beeld krijgen van de oude situatie. De beelden worden ondersteund door teksten en korte geënsceneerde filmpjes.

Uitreiking fotoprijzen en Oude Hollandse Waterlinieprijs

Na de pauze reikte Prins Willem III (Michiel van de Burgt) namens de Stichting Oude Hollandse Waterlinie prijzen uit aan de winnaars van de Fotowedstrijd 2019. Het thema dit jaar was ‘genieten van de vestingsteden’. De Woerdense fotografe Carla Vermeend won de eerste prijs. Op de vestingwallen van Naarden fotografeerde zij deze zomer een viertal muzikanten die in de open lucht aan het oefenen was. Vermeend kreeg van Prins Willem III een waardebon van € 250. Gerard van Veenendaal en Ria de Wit wonnen respectievelijk de tweede en derde prijzen.

De Oude Hollandse Waterlinieprijs voor het beste lokale initiatief ter promotie van de Oude Hollandse Waterlinie werd uitgereikt aan de Werkgroep Vesting Gorinchem van de Historische Vereniging Oud Gorcum. Hiermee prijst de Stichting de vele activiteiten van de werkgroep – van stadswandelingen en exposities tot publicaties en advies aan lokale overheden. Ed Giskes kreeg uit handen van Prins Willem III een fraai Waterlinie-glaskunstwerk gemaakt door Petra Roffel. Zij lichtte haar ontwerp kort toe en wees daarbij op de diverse elementen van de linie die in het ontwerp waren verwerkt. Giskens kreeg vervolgens ook een cadeau van de Gorinchemse wethouder Dick van Zanten (Stadsbelang).

Sunny Jansen: De Waterline in het museum

Sunny Jansen, conservator bij Slot Loevestein, gaf een uiteenzetting van de manieren waarop musea het contact met hun bezoekers kunnen leggen. Het is via verhalen dat mensen dingen leren, niet via lijstjes of droge opsommingen. Een goed verhaal geeft de essentie van een gebeurtenis of locatie weer, en maakt het eenvoudig om deze ervaring te koppelen aan onze hedendaagse waarnemingen. Jansen lichtte dit toe aan de hand van voorbeelden uit Slot Loevestein.

Uit onderzoek onder het publiek bleek dat de basiskennis over de waterlinies vaak erg beperkt is. Het visualiseren van de inundaties, en het schetsen van persoonlijke verhalen van militairen zorgde voor de gewenste herkenning. Er ontstaat zodoende een ‘historische sensatie’; een authentieke beleving van een prikkelend verhaal. Het stimuleert de belangstelling, en verankerd de plek en de verhalen het bewustzijn van de bezoeker. Jansen sloot af met een oproep om een presentatie zo vorm te geven dat bezoekers in staat zijn om zélf het verhaal te ontdekken.

Christiaan van der Spek: Garnizoensteden in het Rampjaar

Christiaan van der Spek, wetenschappelijk medewerker bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, sprak ten slotte over de relatie tussen burgers en de krijgsmacht tijdens het Rampjaar. Het merendeel van de soldaten aan de waterlinie werd ondergebracht bij bewoners van de dorpen en steden. Het inkwartieren zorgde uiteraard voor overlast, maar Van der Spek gaf aan de hand van voorbeelden aan dat de relatie niet zo eenduidig was. Mensen kregen compensatie voor het huisvesten van de militairen, en bovendien hadden de militairen een grote economische invloed op de steden plaatsen waar zij waren gelegerd.

Legers in de zeventiende eeuw beschikten (nog) niet over een geavanceerd logistiek netwerk. Dit betekende dat legers tijdens hun reis materialen en voedsel aan hun omgeving onttrokken. Tijdens een lange bezetting was dit problematisch: de Fransen introduceerden daarom een ‘contributie’, in feite een zware belasting, waarmee zij voldoende geld verkregen om via het normale economische verkeer te voorzien in hun behoeften. Van der Spek liet zien dat de Republiek na het Rampjaar ook in de Negenjarige Oorlog (1688-1697), de Spaanse Successieoorlog (1701-1713) en de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) nog enorme legers op de been kon brengen. Groter zelfs dan in 1672! In navolging van Panhuysen merkte Van der Spek op dat de Europese grootmachten de Republiek toen wel voorbijgestreefd waren.

Het symposium werd afgesloten door dagvoorzitter Sjoerd Veerman, waarna de ruim 160 bezoekers bij diverse stands terecht konden voor boeken, gidsen en ander materiaal over de Oude Hollandse Waterlinie, alsook voor informatie over het actuele aanbod van Historizon.

Het symposium Rampjaar 1672 was het derde jaarlijkse symposium van de Stichting Oude Hollandse Waterlinie. Eerder werd een symposium gehouden in het Gorcums Museum te Gorinchem (2017) en het Arsenaal te Nieuwpoort (2018). Het symposium werd mede mogelijk gemaakt door Historizon, het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, de provincie Zuid-Holland en de provincie Utrecht. Verslag door Sander Enderink, 11 november 2019. Foto’s door Sjaak Loef.