De Oude Hollandse Waterlinieroute

De Oude Hollandse Waterlinie ontstond in de Gouden Eeuw (1600-1700) en moest het regeringscentrum (Den Haag) en het economische centrum (Amsterdam) in het gewest Holland beschermen. Een laag water van bij circa 30 bij 50 centimeter zou het land voor een leger onbegaanbaar en voor schepen onbevaarbaar maken. Deze linie liep van Noord-Brabant tot aan de Zuiderzee bij Muiden. Bij de doorgangen – zoals dijken en wegen – lagen vestingsteden en kleinere verdedigingsposten. Deze vestingsteden werden eind 17e eeuw extra versterkt met grachten en wallen.

Toen op 12 juni 1672 het Franse leger met 120.000 man de Republiek binnenviel, werd een enorm gebied tussen Biesbosch en Zuiderzee onder water gezet. Deze waterlinie werd een succes, maar het onder water zetten veroorzaakte ook heel veel schade en ellende, vooral voor de boeren.

Leerdam lag in de Middeleeuwen op een belangrijke en strategische plaats in het machtsgebied van de heren van Arkel, tussen Holland en Gelre in. Het stadje had in de 15e en 16e eeuw veel te lijden van de Arkelse en de Gelderse oorlogen.

Vrijstad Leerdam

Zuidwal met woningen

In de 16e eeuw werd Leerdam, samen met Buren een soevereine bezitting van de Prins van Oranje. Dat is tot op de dag van nu zo gebleven: koning Willem Alexander voert nog steeds de adellijke titel ‘Graaf van Leerdam’!

Leerdam kreeg zo een bijzondere positie. De inwoners betaalden geen belasting aan de Staten van Holland en zonder vergunning van de prins mocht er geen krijgsvolk worden gelegerd. Bovendien was de stad evenals Vianen en Culemborg een vrijstad waar misdadigers onder bepaalde voorwaarden een tijdelijke toevlucht konden zoeken.

Van de middeleeuwse vestingwerken van Leerdam is niet veel bewaard gebleven, afgezien van de hoekige grondvorm van de stad en straatnamen als Westwal, Noordwal en Oostwal. De belangrijkste restanten vinden we aan de Zuidwal, waar de oude stadsmuur aan de rivier de Linge grenst. De andere muren van de stad zijn in de 19e eeuw gesloopt. In 1738 zijn drie torenwoninkjes gebouwd, ook wel muizentorentjes genoemd.

De stad speelde later geen bijzonder grote rol in de verdediging van Holland. Toch werd de

stad met de nabijgelegen Diefdijk in de 18e eeuw opgenomen in de plannen van de Oude Hollandse Waterlinie. De fortificaties langs de Diefdijk herinneren ons daaraan.

Heukelum, Merkestein en Asperen

Aan de overzijde van de Linge herinneren vestingstadjes als Heukelum en Asperen en kasteel De Merckenburg ons aan de strijd die hier in het Rampjaar 1672 werd geleverd. Heukelum werd al in de 13e eeuw van stadsmuren voorzien; deze zijn onlangs voor een deel gerestaureerd. In het Rampjaar 1672 hebben hebben de troepen van de Republiek het gehele land van Heukelum en Asperen onder water gezet door het doorsteken van de dijken. Daarmee werd verhinderd dat Franse garnizoenen zich konden aansluiten bij andere legeronderdelen. Het 13e-eeuwse kasteel De Merckenburg was één van de negen stamburchten van de familie Van Arkel die haar gebied tussen Holland en Gelre voortdurend moest verdedigen. In het Rampjaar 1672 viel de Merckenburg in handen van de troepen van Lodewijk XIV, die de inmiddels verouderde vesting in brand staken en plunderden. Alleen de middeleeuwse poorttoren overleefde die verwoesting. Later werd het kasteel in oude glorie herbouwd.

Ook Asperen had – als vrije heerlijkheid van het Huis Arkel – zwaar te lijden van grensoorlogen tussen Holland en Gelre. Binnen de muren van de stad lag kasteel Waddenstein, waar onder andere de Heren van Arkel woonden. In 1672 werd het door de Fransen opgeblazen. In 1893 werd op deze plek een romantisch herenhuis gebouwd, dat nu dienst doet als stadhuis.

Wandeling, 10 km

Bezoekt u deze pagina met uw mobiel? Volg deze downloadlink.

Kaart en beschrijving Vestingstedenroute Leerdam-Heukelum-Asperen