Pain-et-Vin en de naderende Fransen

Welke dramatische wending vond plaats bij de Kleiwegpoort in 1672?

Sander Enderink | Hoewel Gouda vele historische gebouwen kent vind ik het spijtig dat er niet één stadspoort bewaard is gebleven. De stadspoorten zijn nauw verbonden geweest met de Goudse historie, en speelden in veel bijzondere verhalen een rol.

Hier, op de plek van de voormalige Kleiwegpoort, kreeg het Rampjaar 1672 enkele dagen na Kerst een dramatische wending. De Oude Hollandse Waterlinie waarachter Gouda zich veilig waande was bevroren, en een grote Franse troepenmacht was in westelijke richting uit Woerden vertrokken. Gouwenaars vreesden een aanval op hun stad, en besloten om het land tussen de Gouwe en de Enkele Wiericke onder water te zetten. Hiervoor werd de sluis net buiten de Kleiwegpoort geopend.

Plots verscheen een ontredderde officier te paard. Het bleek Moise Paywin, een Fransman in dienst van de Nederlandse Republiek. Door zijn landgenoten werd zijn naam verbasterd tot Pain et Vin (brood en wijn), een naam die ook in Holland gangbaar werd. Hij had opdracht gekregen om Zwammerdam te verdedigen, maar trof daar slechts brandende huizen en schuren aan. Ook de troepen van stadhouder Willem III waren nergens te bekennen – zij waren richting Leiden gevlucht. ‘Pain et Vin’ koos er op zijn beurt voor om naar Gouda uit te wijken. Dankzij de hulp van een paar snelle wegwijzende schaatsers slaagde hij erin zijn troepen veilig van hun post bij Nieuwerbrug naar Gouda te loodsen. Toen de dooi inzette dreigden de Fransen te worden geïsoleerd, waarop zij besloten terug te keren naar Woerden. Tot hun verbazing konden ze ongestoord langs het verlaten Nieuwerbrug reizen.

Gouda bleef dus gespaard, maar stadhouder Willem III was furieus dat de troepen hun posten hadden verlaten. ‘Pain et Vin’ werd aangewezen als de grote zondebok. Hij werd enkele weken later door een krijgsraad veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Maar die straf was Willem III niet hoog genoeg. Uiteindelijk greep hij zelf in: ‘Pain et Vin’ werd in het legerkamp bij Alphen aan den Rijn geëxecuteerd en vervolgens begraven in het koor van de Goudse Sint-Janskerk. De eenvoudige grafzerk werd al enkele jaren later weer verwijderd. Het ruim 400 man sterke bataljon dat ‘Pain et Vin’ naar Gouda had weten te brengen bleef nog tot mei 1673 in de stad.