Minder doden in het Gasthuis

Wie was toch die Wilhelm van der Straaten?

Sander Enderink | Het is geen geheim dat het Gasthuis soms werd ingericht als ziekenhuis. Zo overleed Erasmus’ Goudse vader er tijdens een uitbraak van de pest. Veel minder bekend is dat het Gasthuis in het Rampjaar 1672 een van de meest gevaarlijke plaatsen aan de Oude Hollandse Waterlinie was.

Het Gasthuis was toen ingericht als militair ziekenhuis. Honderden soldaten die dienst deden aan de waterlinie werden hier opgevangen en verzorgd. De vertrekken raakten overvol, wat  het herstel van de militairen niet ten goede kwam. Velen van hen overleefden hun verblijf in Gouda niet. Het stadsbestuur en de Statenvergadering hadden daardoor grote zorgen over de situatie in het Gasthuis.

In februari 1673 stuurden de Staten dokter Wilhelm van der Straaten naar Gouda om onderzoek te doen. Hij zag dat veel militairen last hadden van koortsen, maar dat er geen sprake was van een pestuitbraak. In de vier maanden voorafgaand aan Van der Straatens onderzoek waren er 1167 zieken behandeld in het Gasthuis. Hij noteerde ook het aantal militairen dat was overleden: 432, en daarnaast ook een aantal medewerkers van het Gasthuis.

Samen met het stadsbestuur maakte Van der Straaten een lijst met aanbevelingen om de situatie te verbeteren. De kamers en zalen werden beter verwarmd en regelmatig schoongemaakt, en ook gingen de ramen vaker open. Iedereen kreeg warme maaltijden en een bed of strozak. Ook hielden de apothekers scherp toezicht op het nemen van medicijnen. De veranderingen hadden het gewenste resultaat: enkele weken later meldde het Goudse stadsbestuur aan het legerkamp bij Alphen aan den Rijn dat er sinds de veranderingen veel minder militairen waren gestorven dan in de periode daarvoor.