Maria van Eiteren

Beeldje: ‘Maria van Eiteren’

In de 14e eeuw ontwikkelde er zich een verering rondom een Mariabeeldje dat ergens aan de slootkant in Eiteren (Heyteren) was gevonden. Dit beeldje ook wel de ‘Maria van Eiteren’ genoemd trok vele pelgrims naar IJsselstein en zo werd dit plaatsje een bedevaartsoord.

IJsselstein versus Utrecht

IJsselstein werd de hoofdplaats van de Baronie van IJsselstein, waartoe ook Benschop en Noord-Polsbroek toe behoorden. Eeuwenlang was er sprake van ruzie tussen IJsselstein en Utrecht. In 1418 maakte Utrecht IJsselstein met de grond gelijk. Dit werd in Holland betreurd, omdat hiermee de strategische buffer tussen Holland en het Sticht (Utrecht) wegviel. De bekende gravin van Holland, Jacoba van Beieren, droeg daarom financieel bij aan de wederopbouw van IJsselstein. Diverse keren werd IJsselstein nog door Utrechtse soldaten belaagd (onder andere in 1466), maar uiteindelijk kwam in 1511 de vrede met Utrecht tot stand.

Huis van Oranje

Heer van IJsselstein: Willem van Oranje

De Baronie kwam na de Van Amstels in handen van de familie Van Egmond en vervolgens in 1551 de familie Van Oranje Nassau. Nog altijd is de koning van Heer IJsselstein. Door de binding aan het Huis van Oranje kon IJsselstein tot 1795 een aparte positie innemen binnen de Republiek der Verenigde Nederlanden. De meeste Oranjes lieten het beheer van IJsselstein over aan de leiding ter plaatse. Een uitzondering was Maria Louise van Hessen-Kessel, bijgenaamd Marijke Meu, die in 1732 de rechten van haar zoon Willem IV kreeg. Marijke Meu verbleef vaak in IJsselstein. Zij kende premies toe voor het bouwen van huizen en nam de protestanten uit Bohemen (Hernhutters) in bescherming.

Recente verleden

Sint Nicolaasbasiliek in IJsselstein

Rond 1850 verdween de ommuring van de stad IJsselstein. In 1888 werd het kasteel grotendeels gesloopt. In 1895 kregen de Rooms-Katholieken, die na de Reformatie in een schuilkerk bijeenkwamen, weer een fier kerkgebouw. Deze Sint Nicolaaskerk werd in het recente verleden verheven tot basiliek. IJsselstein kreeg enige industrie, aanvankelijk gericht op de houtbewerking. Wat betreft de woningbouw wist de stad met haar uitbreidingen tot 1920 binnen de grachten te blijven. Daarna werd er volop gebouwd en kwam het na de oorlog zelfs tot grootscheepse bouwprojecten, die IJsselstein deden groeien tot 34.000 inwoners.