Vanwege de dreiging van de Franse vijand werd Nieuwersluis in 1673 in zeer korte tijd gefortificeerd met onder meer een 5 à 6 meter hoge wal, een palissadenomheining en een stenen waterpoort.

Vesting Nieuwersluis

In ’t jaar 1673, toen de Franschen de geheele Provincie van Utrecht in hunne magt hadden, was men bevreesd, dat zy zig te Nieuwersluis zouden versterken, om, van daar, iets op Amsterdam, of andere Steden van Holland te onderneemen. Om den vyand derhalve voor te komen, belaste de Prins van Oranje den Kolonel Stokyne, om aan de Nieuwersluis post te vatten. Deeze begaf zig, in de maand Mey, met zestien honderd soldaten en duizend Boeren derwaards. Men stak terstond de spade in den grond, en, binnen weinige dagen, was ‘er eene tamelyk weerbaare schans opgeworpen, die terstond met geschut voorzien, en, van rondomme, door uitleggers in de Vegt, met geschut en volk, zodaanig versterkt werdt, dat de Franschen, vervolgens tot aan Breukelen genaderd, niet op deeze sterkte durfden onderneemen.

De Fransen slaagden er dus niet in de vesting te ver­overen, en koelden hun woede op de omgeving: vrijwel alle kastelen, boerderijen en huizen in de Vechtstreek werden ge­plunderd en grote aantallen in brand gestoken.