Sander Enderink | Aan de zuidzijde van het koor van de Sint-Janskerk ligt een imposante grafkapel. Het is veruit de meest rijkelijk uitgevoerde in zijn soort in Gouda. Des te opmerkelijk is het dat de man die er werd begraven maar weinig bekend is: een echt Gouds Geheim.

Het gegeven dat voor het vervoer van het Italiaanse marmer ruimte werd gemaakt op de oorlogsvloot van de Republiek doet denken aan Hollandse zeehelden – maar Hiëronymus van Beverningh was geen militair. Hij was dé topdiplomaat van zijn tijd. Voor ambassadeurs en koningen in Europa was hij het gezicht van de Republiek. In die hoedanigheid reisde hij naar de hoofdsteden en koninklijke kastelen van omringende landen om de zaken van Holland en de andere provincies te bepleiten.

In het Rampjaar 1672 was hij voorzitter van de krijgsraad van Willem III. Hij deed vanuit het legerkamp bij Bodegraven verwoede pogingen om zijn stadsgenoten aan te sporen de Oude Hollandse Waterlinie te versterken. Al zijn diplomatieke ervaring ten spijt had hij daarbij slechts beperkt succes. Méér water op de Gouwe was voor Gouda acceptabel, maar het onder water zetten van het gebied ten oosten van de rivier was onbespreekbaar. De waterlinie was daardoor bij Hekendorp slechts 500 meter breed: het smalste punt van de hele linie. Van Beverningh bleef zich gedurende de oorlogsjaren inzetten voor de Republiek. Onder het vredesverdrag met Frankrijk dat in 1678 na zes lange jaren van oorlog werd gesloten prijkt dan ook zijn – Goudse – handtekening.